
Zaterdag 26 en zondag 27 november klinkt in het laatste onderdeel van ons 25-jarig jubileumprogramma koormuziek in het teken van vrede. Met Da Pacem brengen we oude en hedendaagse muziek in reprise met werken die ons, en hopelijk u, de afgelopen decennia bijzonder zijn bijgebleven, en een compositie die we nog niet eerder zongen: het indringend contemplatieve Da Pacem Domine van Arvo Pärt.
Van de Engelse Renaissance-componist William Byrd zingen we het Kyrie en het Agnus Dei uit zijn heerlijk polyfone Mis voor vier stemmen, en dezelfde misdelen in de toonzetting van de Nederlander Ton de Leeuw in zijn Missa Brevis, die modern maar soms ook bijna middeleeuws aandoet.
Twee langere stukken waar Photonen een speciale band mee heeft, vormen de kern van het programma: Veljo Tormis Curse upon Iron, een spannend werk waarin intense koor- en sjamanistische trommelklanken het kwaad van het ijzer moeten bezweren, en als tegenhanger David Lang’s For love is Strong, waarvan Photonen in 2016 de Nederlandse première bracht. In dit werk klinkt een bijkans hypnotiserende reeks metaforen uit het Hooglied. David Langs muziek is bijzonder voor Photonen, we zongen meerdere werken van hem. Zijn stijl is bij het grotere publiek onder meer bekend vanwege de film La grande bellezza.
Verder zingt Photonen het beeldschone, tragische motet Wie liegt die Stadt so wüst van Rudolf Mauersberger en van Arvo Pärt een selectie uit de Magnificat-Antiphonen.
Ronduit vrolijk zijn het ritmisch-syncopische Benedictio van Urmas Sisask en de uitbundige Psalm 33 Resveillez vous chacun fidele voor acht stemmen, uit 1613, van Jan Pzn Sweelinck, een van onze favoriete Amsterdamse componisten.
Verder een fijnzinnig arrangement van het Zweedse volksliedje Trilo, door Bengt Ollén: vissersvrouwen kijken vanaf de kust vol verlangen uit naar hun geliefden op zee.
Solisten in Curse upon Iron: Gerard van Vuuren, tenor en Miles Yucht, bas.
Zondag 3 juli 2022 zingt Photonen de Petite Messe Solennelle van Gioachino Rossini (1792-1868) in een bewerking door Jeroen Spitteler, voor piano, kamerorkest, kamerkoor en twee vocale solisten. In deze – iets ingekorte, ‘plus’ petite – versie is de harmoniumpartij verwerkt in de instrumentale stemmen, waarbij subtiele details van deze partij beter tot hun recht komen. Ook is een wat grotere rol weggelegd voor het koor, met name in het Credo. Rossini, die vooral beroemd werd door zijn virtuoze, komische belcanto-opera’s, omschreef dit werk als zijn ‘laatste oudedagszonde‘. Hoewel hij de partituur voorzag van geestige opmerkingen was het een welgemeend devoot werk. Een formidabele, feestelijke ‘kleine’ plechtige mis, die soms doet denken aan Bach, maar onmiskenbaar ook aan opera.
Verder een kort voorprogramma met drie werken van Gabriel Fauré (1845-1924) die deze componeerde voor koor en piano: zijn bekende en alom geliefde Cantique de Jean Racine (het eerste koorstuk dat hij schreef, en waarmee hij nog tijdens zijn opleiding meteen een prijs won) op een tekst van de 17de eeuwse schrijver Jean Racine, het spannende Les Djinns over plaaggeesten en demonen tijdens een storm op een tekst van Victor Hugo, en Madrigal (op. 35), een plagend maar ook lyrisch liefdesduet tussen jonge mannen en vrouwen, dat Fauré schreef voor een goede vriend en voormalig leerling, die ging trouwen.
Hoewel in Italië geboren en succesvol geworden, woonde Rossini een groot deel van zijn leven in Frankrijk, om daar op latere leeftijd definitief neer te strijken in Parijs (Passy), waar hij ook de Petite Messe Solennelle schreef. De in Zuid-Frankrijk geboren Gabriel Fauré ging in 1854 studeren aan de École Niedermeyer in Parijs, een muziekhogeschool, waar hij al op negenjarige leeftijd in opleiding kwam bij Louis Niedermeyer zelf. Deze componist en ambitieuze, vernieuwende leraar was goed bevriend met en had samengewerkt met Rossini.
M.m.v. kamerorkest en Femke de Graaf, piano.
Meer weten over het programma? Beluister dan de podcast deel 1 en deel 2.


Photonen viert dit jaar zijn 25-jarig bestaan! Dit eerste concert dat onderdeel is van het jubileumprogramma, staat in het teken van het voor Photonen toepasselijke thema Licht. Vooral het hoopvolle licht.
In het a capella-programma LUX brengt Photonen oude maar ook (gloed-)nieuwe koormuziek. Van de jonge, veelzijdige Mathilde Wantenaar klinkt het bijzondere, sensitieve Dit zijn de bleeke, bleeklichte weken, op een gedicht van Herman Gorter, dat zij schreef voor de NTR zaterdagmatinee en in première werd gebracht door het Groot Omroepkoor. Photonen gaat het in kamerkoorbezetting zingen. Ook in Alphons Diepenbrocks prachtige, laatromantische Dämmerung (Schemering) op een tekst van Goethe speelt licht een rol.
Niet per se licht-gerelateerd maar wel erg mooi is van Jan Pzn Sweelinck het monumentale Te Deum, een feestelijk werk in vijf delen en zijn achtstemmige Psalm 42 – Ainsi qu’on oit le cerf bruire, waarin dissonanten en dramatische wendingen aan een madrigaal doen denken. Sweelinck blijft een onuitputtelijke bron van fantastische polyfonie. Met diverse werken van deze, door tijdgenoten zo genoemde ‘Orpheus van Amsterdam’, wiens 400ste sterfdag vorig jaar werd herdacht, heeft Photonen zich ‘door de lockdowns’ gezongen.
Het licht straalt op bijzondere wijze in de hemel in de muziek van de Amerikaan Jake Runestad, van wie Let my Love be heard en van Pärt Uusberg uit Estland, van wie Muusika en Õhtu Ilu (De schoonheid van de avond) geprogrammeerd staan. Hier sluiten het prachtige O radiant dawn en Lux aeterna van de Schotse componist James MacMillan naadloos bij aan.
Jeroen Spitteler schreef in opdracht van Photonen ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van het ensemble een nieuw werk: The Moon was but a Chin of Gold, waarin het gelijknamige gedicht van Emily Dickinson en dagboekfragmenten van Etty Hillesum samenkomen (Wereldpremière). Van hem klinken ook Oorsprong (tekst Juhan Liiv), dat werd genomineerd voor de Matthijs Vermeulenprijs, in een tweeluik met Muusika van Uusberg, en de Amsterdamse première van Kennst Du das Land wo die Zitronen blühn? Dit is een nieuwe toonzetting van de weemoedige tekst van Goethe.
Dirigent Jeroen Spitteler werd door de Concertzender geïnterviewd over het programma en de composities van zijn hand die Photonen zingt.
Samen met het Utrechts Kamerkoor (UKK) o.l.v. Bauwien van der Meer zingt Photonen o.l.v. Jeroen Spitteler in de serie Pieterskerkconcerten in Utrecht het duoconcert ‘Van Dom tot Dam’. Elk koor zingt een deel van het programma, o.l.v. de eigen dirigent. Oude en nieuwe muziek, religieus en wereldlijk. Gezongen worden vooral ook werken die een link hebben met de ‘eigen’ stad van de koren.
Photonen zingt o.l.v. Jeroen Spitteler werken van Amsterdamse componisten, zoals Psalm 42 – Ainsi qu’on oit le cerf bruire en de Cantique de Simeon van Jan Pzn Sweelinck, wiens 400ste sterfdag vorig jaar werd herdacht. Verder klinken het laatromantische Dämmerung van Alphons Diepenbrock op tekst van Goethe en Dit zijn de bleeke, bleeklichte weken van de jonge componiste Mathilde Wantenaar (tekst Herman Gorter). Ook zingt Photonen het tweeluik Muusika/Oorsprong, van respectievelijk Pärt Uusberg en Jeroen Spitteler. Van de laatste gaat tevens in première Kennst Du das Land wo die Zitronen blühn? op de van weemoed doortrokken tekst van Goethe.
Het Utrechts Kamerkoor o.l.v. Bauwien van der Meer zingt een volledig hedendaags programma, met koormuziek van ‘Utrechtse’ componisten, zoals enkele canzoni van Hendrik Andriessen: Stornello en Sento nel Core, waarin de liefde een hoofdrol speelt. Verder het vrolijke Les compagnons de la Marjolaine van Herman Strategier. Met recht ‘Utrechts’ is het vijfstemmige Utrecht door van Jetse Bremer. Een sacraal element voegt Willem Wander van Nieuwkerk toe met onder meer de Hymne van Jacobus. Het UKK zingt ook van Monique Krüs Denkend aan Holland, op de beroemde tekst van Marsman, waarvan de componiste het karakter prachtig heeft weten te treffen in de muziek.
Samen brengen de koren Un beau baiser van Louis Andriessen ten gehore.
