
Op 21 december 2019 heeft Photonen een Kerstconcert uitgevoerd in de Waalse Kerk te Amsterdam. Er is muziek gezongen van onder meer Pärt, Victoria, Howells en Poulenc. De vermaarde organist David Jansen begeleidde het koor bij verschillende stukken. Dit concert was onderdeel van de concertserie Couleur Vocale van de Waalse Kerk.
Samen met het UVE bracht Photonen twee concerten met o.m. de Vespers van Sergej Rachmaninov.
Na de eerste uitvoering van de Vespers in 1915 was het enthousiasme van het publiek zo groot dat er onmiddellijk extra concerten werden ingelast. Met de Vespers creëerde Rachmaninov een klassiek meesterwerk voor koor in de vroege 20ste eeuw. Het is direct geïnspireerd op de lange gezongen nachtelijke paaswake van de orthodoxe liturgie die het opstandingsfeest inluidt. Rachmaninov gebruikte de hymnen en gezangen uit de Russische kerk maar creëerde ook vernieuwende klanken door het samenbrengen van muziek uit de oosterse en westerse traditie. Dit alles balde hij samen in een uur muziek die zowel monumentaal klinkt als verstild, zowel melancholisch als feestelijk.
De gecombineerde krachten van het Utrechts Vocaal Ensemble en van Photonen Vocaal Ensemble uit Amsterdam, beide o.l.v. Jeroen Spitteler, staan garant voor onvergetelijke uitvoeringen. Daarnaast zullen beide ensembles zich kort presenteren met een eigen afwisselend programma, met muziek van o.a.Pärt, Kreek, Holst en Duruflé.
Solisten: Maria de Moel (mezzosopraan) en Maarten Stevens (tenor)


Photonen brengt met Regina! een programma met muziek rond Maria. Zij is de meest geportretteerde vrouw uit de kunstgeschiedenis. In talloze liederen wordt zij bezongen en toegezongen. Er zijn zo veel prachtige liederen voor en over haar geschreven, dat slechts een kleine selectie daaruit al een boeiende reis door de muziekgeschiedenis oplevert. Het programma is deels a capella en deels met een hobosolist.
Het virtuoze Concerto per la beata Vergine (2000) van de Belg Vic Nees is het centrale stuk: drie minder bekende teksten zette Nees op muziek waarbij een bewegelijke hobosolo speels om het koor heen cirkelt en ons van het ene naar het andere deel leidt.
Het serene Salve Regina van Poulenc wordt gecontrasteerd met het dansante Salve Regina / To the mothers in Brazil van Larsson/Eriksson. In dit laatste stuk worden de uitvoerders uitgenodigd om vrijelijk te improviseren met het muzikale materiaal. Ook daarin zal de hobo een rol spelen.
Tavener schreef met Mother of God, Here I Stand een klankicoon dat past bij de orthodoxe wereld waarbij hij aansluiting heeft gezocht. Jeroen Spitteler schreef The May Magnificat voor vrouwenkoor op een gedicht van Gerard Hopkins Manley (1844-1889).
Het Ave Maria van Victoria voor acht stemmen vormt met haar polyfone pracht een contrast met het contemplatieve Ave, Generosa van de middeleeuwse componiste en mystica Hildegard von Bingen. Met het Concert voor koor zijn we weer terug in de 20ste eeuw. Rachmaninov schreef het op twintigjarige leeftijd na een intensieve studie van vocale werken van zowel Oost als West. Zijn Concert voor koor, dat de lof van Maria zingt, werd uiteindelijk de opzet naar de beroemde Vespers.
Met een hobosolist in ons midden mag ook een ander fraai werkje niet onbreken: Ennio Morricones Gabriel’s oboe, de themasong uit de film The Mission.
Solist is de hoboïst Samuel Aguirre. Een korte documentaire over het bijzondere levensverhaal van Samuel Aguirre vindt u hier.